Ons verhaal

1585 – 1863

Het begin Lang, lang, lang geleden…

De geschiedenis van De Blauwe Parade gaat heel ver terug. Het gaat zelfs terug tot in het jaar 1585, toen moutmaker Jan Thymansz startte met een mouterij aan de Nieuwe Gasthuisstraat, welke de naam ‘De Hooischuur’ droeg. Zijn vrouw Weyntgen Elberts zette het bedrijf na zijn overlijden voort en ging zelfs over tot het brouwen van bier. Hiermee was zij zo succesvol dat zij het zich op 18 juni 1592 kon veroorloven om een perceel grond te kopen met daarop een huis en een loods, aan de Nieuwezijds Voorburgwal. In deze loods werd een brouwerij gevestigd, die ‘De Hooiberg’ ging heten.

1864

Het begin van Heineken

Wat volgde was een reis langs vele eigenaren. Zo was er in 1863 een ambitieuze jongeman die het bedrijf wilde overnemen. Zijn eigen vermogen, de erfenis van zijn overleden vader, was echter onvoldoende. Zijn moeder hielp hem in zijn zoektocht naar kapitaal. Het idee van de aandeelhouders was dat hij stuk voor stuk aandelen zou kunnen opkopen, maar dat ging hem echter veel te langzaam. Het was alles of niets, zoals hij zelf toen naar de aandeelhouders schreef. Op 15 februari 1864 was het moment daar en kocht Gerard Adriaan Heineken brouwerij ‘De Hooiberg’.

1868

Overeenkomst tussen gebroeders Hulscher en Heineken

In 1868 werd vervolgens door de gebroeders Hulscher en Gerard Adriaan Heineken een overeenkomst aangegaan. Onder de firmanaam Gebroeders Hulscher zouden zij samen een bierhuis openen op de Nieuwezijds Voorburgwal, gelegen vlak achter de brouwerij. Voordat het zover was, moesten eerst twee naast elkaar gelegen pakhuizen verbouwd worden. Bij de verbouwing werd in een muur een oude gevelsteen gevonden. Hierop stonden verschillende gebouwen in de stijl van Oud-Neurenberg afgebeeld met daaronder het opschrift: Die Port van Cleve. Daarmee was de nieuwe naam van het bierhuis geboren.

1870

Opening bierhuis Die Port van Cleve

Op 5 september 1870 werd het bierhuis ‘Die Port van Cleve’ officieel geopend. Van het begin af aan was het iedere avond druk. In het bierhuis werd uitsluitend bier uit ‘De Hooiberg’ brouwerij geschonken, welke van zeer goede kwaliteit was. Een dergelijke ruime gelegenheid was toentertijd in Amsterdam iets geheel nieuws.

1870

Eethuis met genummerde biefstuk

Enige tijd later werd ‘Die Port van Cleve’ uitgebreid met een eethuis. De beroemde genummerde biefstukken deden hun intrede en overschaduwden zelfs voor een deel de roem van het Hooibergbier. Bij de feesten in mei 1874 was het ontzettend druk en de vraag naar biefstukken en karbonades was enorm. Inmiddels was Brouwerij De Hooiberg verplaatst naar de Buitensingel, de huidige Stadhouderskade, waar de Heineken Bierbrouwerij verrees zoals men die nu kent. Verhuizen was noodzakelijk geworden, daar de grachten gedempt werden en transport niet meer mogelijk was. Wel was de bierbottelarij voor het Hooibergbier op haar oude plaats gebleven, in beheer van de Gebroeders Hulscher. Het werd vanaf hier over het hele land en zelfs het buitenland verzonden.

1879

Eerste bar met elektrisch licht

In januari 1879 zouden er grote feesten zijn bij de intocht van Koning Willem en zijn vrouw Koningin Emma. De gebroeders Hulscher hadden hiervoor een groot plan ontworpen. Ook al gingen de feesten uiteindelijk niet door, toch werd het plan uitgevoerd. De eerste week van februari is Die Port van Cleve iedere avond elektrisch verlicht geweest. Hoewel men er in die tijd reeds veel over had gehoord, kende men toen nog geen elektrisch licht. Hier kwamen dan ook vele mensen op af en sindsdien werd ‘Die Port van Cleve’ letterlijk bestormd om hier bier te drinken en een hapje te eten onder het elektrische licht.

1888

Opening bodega De Blauwe Parade

Het pand naast ‘Die Port van Cleve’ was inmiddels mede in het bezit van de gebroeders Hulscher overgegaan. Dat werd de Bodega ‘De Blauwe Parade’, welke op 3 juli 1888 werd geopend. Hierin is het grootste tegelfries ter wereld aangebracht met kinderfiguurtjes, welke is ontworpen door A. Le Comte van de ‘Koninklijke porceleyne Fles’ in Delft. Het tegelfries is in 1887 gemaakt door Joost ‘t Hooft & Labouchere en geschilderd door L. Senf. De afbeelding stelt een parade van kinderen voor, die historische zegetochten uit de Gouden Eeuw nabootsen, ter ere van Keizer Maximiliaan. De keizer is herkenbaar aan zijn kroon en de drie Andreaskruizen op zijn borst. Deze kruizen staan voor heldhaftigheid, vastberadenheid en barmhartigheid en zijn tegenwoordig terug te vinden in het wapen van de stad Amsterdam.

Vandaag de dag

In de tussentijd is er maar weinig veranderd in De Blauwe Parade en is het meeste nog in de originele staat van toen. Zo hebben wij vanaf het begin Heineken bier op de tap en ook heeft van oudsher jenever een prominente plek in De Blauwe Parade. Logisch, want de Amsterdammers waren de eersten die moutwijnen uit graan produceerden. De Blauwe Parade schenkt jenevers van Van Wees. Hier worden jenevers nog steeds volgens de eeuwenoude receptuur gestookt. Ook is de beroemde genummerde biefstuk nooit verdwenen van het menu en wordt deze ook vandaag de dag nog steeds geserveerd.